Wetenschappelijke onderbouwing van de SR-methode
1. Fundament van de SR-methodiek
De SR-methode (Steady Response) is een gedragstrainingsmodel dat zich richt op:
- De zenuwstabiliteit van de hond
- De impulscontrole binnen prikkelrijke contexten
- De rol van de handler als emotioneel en gedragsmatig ijkpunt
- Het versterken van herstelvermogen en gedragsregulatie
De methode vertrekt vanuit de overtuiging dat gedragskwaliteit en leerbaarheid bij honden sterk afhankelijk zijn van het autonome zenuwstelsel en de emotionele staat van zowel hond als begeleider.
2. Centrale keuze: van handler naar hond
De SR-methode kiest bewust voor een benadering waarbij de handler zijn of haar gedrag, energie, lichaamstaal en aanwezigheid afstemt op de hond. De hond hoeft zich niet te "onderwerpen", maar krijgt ruimte om via observatie en synchronisatie tot regulatie te komen.
Waarom deze richting?
Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat:
- Honden zeer gevoelig zijn voor lichaamstaal, ademhaling, spanning en intentie van mensen (McGreevy et al., 2009)
- De affectieve staat van de begeleider (hartslag, houding) het gedrag van de hond beïnvloedt (Katayama et al., 2016)
- Rust, voorspelbaarheid en non-verbale communicatie veiligheid en regulatie ondersteunen bij het dier (Haverbeke et al., 2010)
Conclusie: de meest stabiele leeromgeving ontstaat niet vanuit sturing, maar vanuit een stabiele menselijke context waarop de hond zich kan afstemmen.
3. Wetenschappelijke pijlers
a. Regulatie via het autonome zenuwstelsel
- Beerda et al. (1999): Geeuwen, uitschudden en kalmerende signalen zijn aantoonbare spanningsreductiemechanismen.
- Porges (2004): De polyvagaaltheorie toont aan dat sociale veiligheid en verbinding leiden tot verlaging van hartslag en spieractiviteit.
b. Co-regulatie tussen mens en dier
- Katayama et al. (2016): Synchronisatie van cortisolwaarden bij hond en eigenaar toont emotionele overdracht aan.
- Nagasawa et al. (2009): Oogcontact verhoogt oxytocineniveau bij hond én mens, wat leidt tot rust en afstemming.
c. Non-verbale communicatie en predictabiliteit
- McGreevy et al. (2009): Intentie en lichaamstaal zijn bepalend voor afstemming.
- Yin (2004): Laag-stress handling bevordert leerbaarheid en gedragssucces.
d. Belang van handlerneutraliteit
- Haverbeke et al. (2010): Neutrale handlers gaven betere prestaties, fysieke correctie verhoogde stress.
- Overall (2013): Verbale en fysieke sturing kan bij gevoelige honden leiden tot stress en leerblokkade.
4. Conclusie
De SR-methode is diepgeworteld in wetenschappelijke kennis over het zenuwstelsel, sociale afstemming en gedragsregulatie. Door uit te gaan van de handler als co-regulator, ontstaat een leerklimaat waarin de hond:
- Veilig gedrag kan exploreren
- Spanning kan reguleren
- Gedrag duurzaam leert stabiliseren
Deze aanpak is wetenschappelijk verdedigbaar, meetbaar en aansluitend op moderne gedragsinzichten.
5. Literatuurlijst (selectie)
- Beerda, B., et al. (1999). Behavioural and hormonal indicators of enduring environmental stress.
- Haverbeke, A., et al. (2010). Training methods and behaviour of military dogs.
- Katayama, M., et al. (2016). Dog-owner relationships and cortisol synchronization.
- McGreevy, P., et al. (2009). A modern dog training model.
- Nagasawa, M., et al. (2009). Oxytocin-gaze positive loop and social bonding.
- Overall, K. (2013). Manual of Clinical Behavioral Medicine for Dogs and Cats.
- Porges, S. (2004). Neuroception: A subconscious system for detecting threat.
- Yin, S. (2004). Low stress handling, restraint and behavior modification of dogs and cats.